Sinds 10 februari werkt Bert den Ouden aan het project Stad Aardgasvrij. Samen met een klein team maakt hij een plan voor de eerste vijf jaar, met een vooruitblik naar de tweede en derde fase. Dit brengt een aardgasvrij Stad aan ’t Haringvliet een stap dichterbij.
In het plan beschrijft Den Ouden welke systemen nodig zijn om alle woningen warm te houden onder verschillende omstandigheden. Bert den Ouden is een expert in duurzame energiemarkten en heeft veel ervaring met elektriciteit, warmte en waterstof. We spraken hem uitgebreid over zijn rol als kwartiermaker.

Waarom een kwartiermaker voor Stad Aardgasvrij?
Uit onderzoek van waterstofadviseur Noé van Hulst bleek dat er een uitvoeringsplan moet komen voor de eerste vijf jaar. Van Hulst adviseerde om dit te laten maken door een kwartiermaker, waarna de gemeente Goeree-Overflakkee Bert den Ouden heeft aangesteld. Den Ouden werkt samen met de Tafelaars, de projectpartners en de gemeente.
Een kwartiermaker ontwikkelt snel en grondig een innovatief plan, zodat een project verder kan. Bert den Ouden onderzoekt en berekent welke systemen mogelijk zijn voor een aardgasvrij Stad aan ’t Haringvliet en hoe de overstap het beste kan worden uitgevoerd.
Over Bert den Ouden
Den Ouden heeft veel ervaring in de energiesector in Nederland en Europa: “Ik vind het belangrijk om nuttig werk te doen dat echt bijdraagt. Na mijn studie natuurkunde aan de universiteit van Leiden ben ik in de duurzame energie gedoken bij CE Delft, een advies- en onderzoeksbureau. Daar hield ik me bezig met hoe je windenergie kunt inzetten en hoe je stookkosten omlaag kan brengen. Ik werkte toen veel met bewonersgroepen. Later werkte ik bij het ministerie van Economische Zaken aan energiebesparing en duurzame energie, als collega van Noé van Hulst. Daarna werd ik gevraagd om de Nederlandse elektriciteitsbeurs op te richten wat later ook een gasbeurs werd, ook internationaal was dit een belangrijke mijlpaal in de energiesector. En een paar jaar geleden werd ik gevraagd om te kijken naar de handel in waterstof. In deze opdracht als kwartiermaker komen veel van die dingen weer samen.”
Toekomst van waterstof
De afgelopen 10 jaar hield Bert den Ouden zich bezig met allerlei toepassingen voor elektrificatie, warmte en waterstof. “In de Nederlandse industrie wordt al langer gebruik gemaakt van waterstof, dus het is zeker niet nieuw. Maar voor de gebouwde omgeving, en zeker voor het verwarmen van een hele dorpskern, wél. Veel netbeheerders maken nu toekomstplannen met waterstof in combinatie met hybride warmtepompen, dat zit ook in de landelijke scenario’s voor de energietransitie. Het voordeel van hybride oplossingen is dat elektriciteit efficiënt benut kan worden als het beschikbaar is. En je hebt waterstof voor het dekken van de koudste winterpiek, die minder makkelijk met elektriciteit af te dekken is. Met hybride warmtepompen hoef je ook minder aan te passen aan je woning zelf, dan wanneer je all electric zou verwarmen.”
Nederland wil in 2050 aardgasvrij zijn
Den Ouden: “Ik weet dat Nederland in 2050 aardgasvrij wil zijn. Dat is een grote opgave. Het is duidelijk dat we klimaatneutraal moeten worden, en hiervoor zijn meerdere oplossingen mogelijk, zoals all electric, warmtenetten, biogas en waterstof. Een combinatie van deze warmtebronnen is beter voor het milieu en minder kostbaar. De inzet hiervan hangt ook sterk af van de locatie, soort bebouwing en het karakter van het gebied. Voor Stad is natuurlijk waterstof door een bewonersinitiatief voorgesteld, later aangevuld door Noé van Hulst met hybride. Dat kun je nog op verschillende manieren verwezenlijken. Daarom is het belangrijk dat we eerst rekenen voordat we beslissingen nemen. Voor Stad rekenen we verschillende scenario’s door.”
Belang van Stad Aardgasvrij voor heel Nederland
Op Goeree-Overflakkee is veel duurzame energie. Er wordt zelfs meer duurzame elektriciteit opgewekt dan verbruikt. Bert den Ouden: “Daarom kunnen we de stroom goed gebruiken voor het maken van waterstof. In Stad kunnen we de bestaande gasleidingen gebruiken voor het transport en de opslag van waterstof. Een hybride oplossing van waterstof en elektriciteit, zoals Van Hulst adviseert, maakt klimaatneutraal worden haalbaar en completer. Ook in de koudste winters kunnen we de woningen dan warm houden.”
Den Ouden onderschrijft het advies van Noé van Hulst en vindt de stap naar hybride belangrijk. Een goede combinatie van energiebronnen zorgt voor een lager verbruik van waterstof en lagere kosten. Om beter in te spelen op onzekerheden in de
toekomst en voor de haalbaarheid, richt dit uitvoeringsplan zich vooral op de eerste vijf jaar, met een vooruitblik naar de volgende twee fases van vijf jaar.
Den Ouden: “Er zouden meer projecten als Stad Aardgasvrij moeten zijn in Nederland. Geweldig wat de bewoners hier doen. Dit initiatief is visionair en van landelijk belang. De oplossing van Stad komt namelijk ook voor in de energietransitie-
routescenario’s voor heel Nederland. Alle lof dus voor de bewoners die zoveel energie in het project stoppen en dit volhouden. Dit is uniek en kom je zelden tegen. Ik hoorde veel over Stad Aardgasvrij al voordat ik kwartiermaker werd en ook landelijk is er veel aandacht voor dit project. Het wordt door veel partijen met grote belangstelling gevolgd.”
Plan van aanpak
Op de vraag hoe Den Ouden het plan van aanpak gaat maken, antwoordt hij dat hij eerst de technische situatie in Stad volledig in kaart brengt. De afgelopen jaren heeft hij al veel onderzoek gedaan naar energiedragers, waaronder waterstof. Ook wil hij weten wat er nodig is om alle woningen altijd warm te houden, inclusief verbruik, productie en opslag. Er zijn veel mogelijkheden en oplossingen, dus er moet een keuze worden gemaakt welke wel en niet kunnen worden ingezet in Stad. Den Ouden: “De laatste jaren heb ik al stukjes van de puzzel gelegd en veel ervaring opgedaan bij energievraagstukken. Voor Stad ga ik puzzelen, trechteren en rekenen. Alles moet in elkaar passen, zoals het leidingennetwerk, de diversiteit aan woningen, het transport, de waterstof en dergelijke. Dit alles motiveert mij enorm om samen een plan van aanpak te maken.”